Twintig witte overhemdknoopjes Afdrukken E-mailadres

 Een nostalgisch verhaal door oud-Lombokker Ben Siebenheller

KneupkesHet was de dag na een katholieke feestdag, dat ik thuis onder aan de trap op m'n huuke zat om mijn schoenen dicht te knopen. “Kan ik nog wat voor u doen, anders ga ik naar de stad”, riep ik tegen mijn moeder die boven in de kamer zat. "Ja, als je naar de stad gaat mag je voor mij een paar dingen doen", was het antwoord. "Waar moet je heen"?. "Ik denk dat ik naar de Koningstraat ga, wat kopen voor mijn Meccanodoos". "Goed, loop meteen even langs apotheek Van de Grinten in de Rijnstraat en haal daar een recept op, het ligt klaar en haal bij de HEMA twintig witte knopen voor overhemden. Ik denk dat je met een gulden wel uitkomt en dat is dan tevens voor de bus, terug kun je wel lopen. En als je iets overhoudt mag je er wel een ijsje van kopen". Wat een schat van een moeder had ik, hè.

"Oef, of ik dat allemaal kon onthouden?" dacht ik bij mezelf. "Oja, en als je toch in de buurt van de Eusebiuskerk komt, loop dan even naar binnen en steek een kaars van een kwartje voor mij op aan het Maria-altaar, dat ben ik gisteren vergeten.".
En ik had zelf maar één boodschap, wat schruufkes en muurkes en meer niet. Als je deze kon kopen op Lombok dan had ik dat wel gedaan. Maar in de winkel met huishoudelijk spul op de Oranjestraat hadden ze deze niet.

MeccanoBij de Hagens Bazar op de Hommelseweg, waar je de Meccano-dozen kon kopen, hadden ze deze onderdelen wel, maar die winkel was hartstikke duur, ik had maar een paar duppies verdiend met het schoonmaken van de fiets van de buurman. Bleef nog de keus over om bij een van de ijzerhandels te kijken. Dit keer kon ik beter naar Lijberse in de Koningstraat gaan, want als ik toch naar de HEMA moest was dat niet zo ver om. O ja, als ik nog geld zou overhouden kon ik meteen in de Oeverstraat bij de touwslager een paar bullekes vliegertouw kopen. Ik moest nog zeker tweehonderd meter hebben. Snel, voor ik nog meer moest doen, greep ik mijn koperen blaaspijp en een papieren tuut om de lijsterbessen in te doen, die waren nu rijp. M'n kleine mondharmonica (een picolo), had ik altijd bij me en m'n dolk zat aan de riem vast en niet te vergeten mijn katapult, die was veilig opgeborgen in een linnen zakje binnen in m'n broek. Ja, je moest uitkijken voor de juuten die waren daar tuk op.

Ik had geen fiets, want in de oorlog hadden die rot-moffen (ik mocht dat woord toen nooit hardop zeggen) al onze fietsen ingepikt, gejat zogeseid. En mijn vader kon nog geen nieuwe kopen, hij was er wel voor aan 't sparen, zei hij. En dus maar de benewage, trouwens je was als kind gewend om hele afstanden te lopen naar de school, zwembad, overal heen. Nee, een paar kilometer stiefelen was geen probleem vooral als je tijd had. Een ander voordeel van lopen was, dat je alles beter kon zien en overal even heen kon lopen. Of je kwam zo af en toe wel een vriendje tegen. Aan de andere kant was het ook wel spannend als je met de trolleybus mee kon, die dingen konden snel rijden. Sinds een half jaar kon je op Lombok opstappen, onder aan de Oranjestraat of in de Wilhelminastraat, richting stad of verder. De keuze om lopend te gaan was niet zo moeilijk, want net toen ik deur uit ging, reed de bus weg en om nu twintig minuten bij het Blindengesticht te gaan te wachten op de bus uit Oosterbeek, leek mij ook niets.

Zandpaadje OnderlangsIn die tijd was je dan een hele tijd onderweg. De snelste weg was via de Alexanderstraat-Zwarteweg en de Utrechtseweg op. Vanaf Lombok kon je Bovenover of via Onderlangs naar de stad gaan. Je liep dan boven over of onder langs de Sandberg. Onderlangs en Bovenover waren door een aantal kleine, steile stenen paadjes met elkaar verbonden. Ging je via Onderlangs, vanaf de Zwarteweg via de Korte Jan te bereiken, dan liep je langs het Rijnhotel en de woonboten zo naar de Oude Kraan en haven. Bovenover ging je langs het ziekehuus (Sint Elisabethsgasthuis), een hogere school en het museum en kwam je uit op de Utrechtsestraat bij het station.
Zandberg OnderlangsIk besloot om op de terugweg langs de Rijn wel vlierhout en rietstengels te plukken en nu bovenover te gaan. Na het ziekenhuis lag een stukje grond braak waarop wij altijd voetbalden en waarachter de verkenners hun honk hadden. Op het hoogste punt van de Utrechtseweg lag de Lange Jan, een zeer steil paadje naar Onderlangs onderaan de Sandberg, ter hoogte van het Jodenkerkhof.

Van het begin van de Lange Jan had je een mooi uitzicht op de Betuwe en kon je rechts Tiel, links Elten en vóór je Nijmegen zien liggen. En natuurlijk de mooie Rijn met al zijn woonschuiten of Rijnaken. Als je dorst had moest je de Lange Jan afrennen, de weg oversteken en daar stond een waterpomp. Deze was daar ooit neergezet voor de paarden van de paardentram. Het water was niet altijd even lekker, maar als je dorst hebt, smaakt zelfs Rijnwater niet gek.
Jodenkerkhof UtrechtsewegOp de hoek van de Lange Jan was een mooie tuin met een tuinhuisje. Als het warm weer was, zaten daarin de bewoners van de villa thee te leuten en te kwebbelen. Leuk was het dan om even stil te staan bij de haag en het geroddel aan te horen. De bewoners van deze vila waren niet zulke vriendelijke mensen, ze hadden kennelijk veel last van de passerende kinderen die langs kwamen, en wel vier keer per dag. Boe, als wij maar plezier hadden.

 

GymnasiumEven verderop lag links de grote school voor bollebozen, het Gymnasium en daarnaast een grote puinhoop van de stukgeschoten huizen. Daar tegenover, waar eens mooie huizen hadden gestaan, kon je via een klein paadje van een paar meter het Jodenkerkhof bereiken. Vandaar liep rechts en links een pad naar Onderlangs of je kon weer op de Utrechtseweg komen. Evenals de Lange Jan waren deze paden 's zomers goed om te wandelen en 's winters leuk om keihard naar beneden te sleeën. Niet ongevaarlijk trouwens. Menig schaafwond en hoofdpijn heb ik daar opgelopen, maar dat mocht de pret niet drukken.

Hé, moi je kieke, ut hek steet open, effen kieke wat daor nou op ut heuveltje leit. Wel even goed uutkieke of er geen pliesie of juut in de buurt kuiert. Je mog daor nie komme, net of die dooie minsen dat kon schele. En op ze trappen kon je tog nie want alle stenen staoke rechuutt in ut sand en nie plat so als se bij mien Opa op ut kerkhof.
Mien vaoder het altied geseit dat ze Opa op de buuk hebbe gelegt, dan kon ie er niet uutkruupen. Je kon wel sien dat Joden suunig minsen waoren, want so konde er meer dooie op dat bergie sand en ut scheelde ook een hoop tripleksplenkskes. Maor tog niet so erg slim, want bij elke dooie Jood mos je weer een diep kuul graove. Daarum is deze bult alsmoar greuter gruujt.

Op de stenen stonden tekens en letters waar je geen wijs uit kon worden, net geheimschrift. Welnu, dat hadden mijn vriendje Teetje (Theo) en ik ook. Wij schreven met twee op elkaar geklemde kroontjespennen en een vloeistof uit een glazen potje op wit papier. Niemand kon dat lezen want je zag geen letter en wilde je het toch lezen dan moest je as van een sigaar op het papier wrijven en weer wegblazen, de geschreven letters werden zo zichtbaar gemaakt. Allebei hadden we ons eigen potje, want voordat je kon schrijven, moest je eerst een klein beetje in het potje piesen. Klinkt bah!, maar is wel geinig. Ik zal hieronder als voorbeeld een klein stukje schrijven: <

 

                      >
En om het nog moeilijker te maken schreven we in spiegelbeeld. Voor het lezen had je dan ook een spiegeltje nodig. Ook spraken we in het bijzijn van andere vriendjes altijd in geheimtaal, zoals: "mok ej etiub neleps" of "einneb ne oeht nijz tein keg, raam mils" en "ed gad an airaM traavlemeH". Ha! ha! Wat we nog meer deden kom ik later nog op terug, want ik dwaal nu wel erg af...

Onderaan het Jodenkerkhof stonden, iets verwijderd van de weg, twee door de moffen stukgeschoten en in brand gestoken huizen. Voor het bombardement hebben we daar veel gespeeld met een paar jongens die daar woonden. Na de evacuatie hebben we deze jongens nooit meer gezien. Teetje en ik hebben alles wat nog van waarde voor ons was uit de huizen gesloopt en naar Van Houtem in de stad gebracht. Ook uit de puinhopen aan de Utrechtseweg hebben we veel materiaal kunnen verzamelen, onder andere mooie blauwe wandtegeltjes uit een van de kelders. Die brachten veel geld op. Een tegeltje un kwertje, vijf voor een piek en tien voor een daalder. Handel hè. Voor dat geld kochten we sigaretten: tien stuks Coral voor 15 cent of twintig Fifty-Fifty voor 30 cent en dat was nog altijd beter dan de zelfgedraaide sigaretten van lindebloesem in wc-papier. Als je daar aan trok, schoot je de vlam in de keel en stinken die troep, alsof je in brand had gestaan.
Van het geld dat je overhield of verdiende, ging je naar het Lunapark, of je kocht er kauwgum of stripboekjes voor. Tegen de muur van de school, vlakbij de spoorbaan, had voor de oorlog een stenen schuur gestaan. Nu stonden er alleen nog de resten van twee kleine muurtjes en een dak, dat wonderbaarlijk bijna niet lekte. Onder dat dak konden we heerlijk zitten of zelfs liggen. Dat was onze geheime plek waar we alles, wat we thuis niet mochten of konden hebben, bewaarden. Dat waren na de oorlog gevonden bajonetten, messen, kogelhulzen, kruit en zelfs goede kogels, onze eigen (tweede) katapult en ook enkele verboden boekjes van Dick Bos en andere stripboekjes, zoals de Okido en de Lach. Deze laatste blaadjes pikten we vaak mee bij de kapper. Ook het eerste blaadje met bijna blote juffrouwen, ik geloof dat het "Zonne-Glorie" heette, hebben we daar bewaard. Later heb ik mijn deel van deze verzameling thuis onder de vloer verborgen, totdat mijn vader er achter kwam en hij alles in de kolenkachel heeft gegooid.

GemeentemuseumTussen het kerkhof en het mooie witte gebouw, een museum, heb ik de papieren zak gevuld met mooie rode lijsterbessen, genoeg om nu bij mijn wandeling en in de komende dagen naar hartelust bessen te kunnen schieten. Tegenover dat gebouw was de Boompjesstraat, de kortste straat in Arnhem met een paar huizen en zonder bomen. Voordat de spoorbaan werd gegraven was dit het einde van de Brouwerijweg op Heijenoord.
Verderop kon je kiezen uit een lang slingerend pad of een zeer steil en gevaarlijk paadje naar Onderlangs. Evenals bij de Lange Jan had je hier een - zelfs nog mooier - uitzicht over de Betuwe.
Pad Onderlangs-BovenoverOp een grote stenen tafel stond de richting en afstanden in meters aangegeven. In de verte kon je de schoorsteen van Nijmegen zien, links de kerktoren van Elten en rechts de bocht van de Rijn bij Driel. Hier vlakbij was een geschutskoepel ingegraven van waaruit dus de hele streek overzien en bestookt kon worden. Op weg naar de St. Eusebiusschool bij het station ben ik daar vaak in geweest, was best eng en je was altijd bang dat je er niet meer uit kon komen. Via het steile pad ben ik naar beneden gegaan, langs mooie steile tuinen naar de oude fabriek van de fa. Stokvis. De achterkant van de fabriek, waar altijd wel wat leuks was te vinden, kon je alleen bereiken door de Wolvengang in te lopen en dan halverwege een heel klein gangetje.

WolvengangDeze Wolvengang, waarover de vreemste enge verhalen werden verteld, was in het donker slechts door twee kleine lantaarnpalen verlicht. En als iemand toch deze gang van de Vijfzinnenstraat naar de Ouder Kraan afliep, zag je altijd grote schaduwen langs de muren bewegen. Ik denk dat geen enkel meisje daar 's avonds in het donker door durfde te gaan. Toch was dit stukje gang samen met de Vijfzinnenstraat een plek voor verliefde jongens en meisjes. Menig kusje is daar in het donker of bij het schaarse licht weggegeven. Op een van de muren was door iemand (Freddy) geschreven dat hij gek was op ene Ans. "Ansje ik hou van jou, je liefste Freddy". Uit baldadigheid werd er later het volgende bijgeschreven: "en ik ook, je allerliefste liefste Joop, Wim, Rudy, Kareltje, Leen" en nog wel twintig andere namen.

Onder aan de gang was een woonhuis waar je zaterdags en zondags na 11 uur lekkere ijsco's kon kopen en vooral zondagsmiddags was het daar erg duk. Verderop aan de rechterkant was de oude haven met zijn woonboten en zwembad. Het water was er altijd vies en er dreef veel olie op, maar je kon er fijn spelen. Van mijn vader mocht ik echter nooit in deze buurt spelen, omdat dronken kerels achter je aan kwamen. Nou en... We konden toch veel sneller wegrennen. Maar ik ga verder, ik moet nog naar de kerk, niet als misdienaar, maar om de kaars op te steken. Even de Bergstraat op, dan rechtsaf en dan zou ik bij de kerk zijn.

Hotel du SoleilToen ik op de hoek van de Bergstraat het beschadigde hotel De Zon zag, het werd anders genoemd met een deftige Franse naam, moest ik aan mijn andere vriendje Eefje denken. Op een zaterdag waren wij met een aantal vriendjes gaan zwemmen in het Rijnbad in Zuid en op de terugweg klom Eefje, die niet bang was, op de baileybrug. En met de grootste gemak liep hij over de leuning van de brug over de Rijn. Nee hoogtevrees had ik ook niet, maar dat durfde ik toch niet. Toen we langs het hotel liepen, sprong hij op de leuning van het best hoge hek voor het hotel, ging op één been staan en riep lachend: "Ik loop hier over heen met mijn ogen dicht" , de durfal. De eerste meters gingen goed, maar opeens viel hij met links en rechts een been van het hek. En... schreeuwen dat ie deed, je kon het in de stad zeker horen, jonge wat ging hij te keer. Toen hij op de grond lag heb ik hem - op zijn verzoek - de broek uit gedaan en wat ik zag was een steeds blauwer wordende grote plek, ik schrok en... ik moet er nog nog steeds aan denken. Gelukkig heeft hij er geen nadelige gevolgen van overgehouden want hij is later gelukkig getrouwd.

De kerk was open en er brandden al enkele kaarsen op de grote kandelaar achter in de kerk. Zou ik er wel een aansteken ? Ik vond het altijd zonde van het geld, de kaars brandde op zonder dat iemand er naar keek, ook Maria niet. En het geld lag maar in het busje.
Ja, maar….ik moest het van mijn moeder. Het geluk was echter met mij, want er stond een kaars tussen die was uitgegaan, een bijna nieuwe dus. Ik keek de kerk rond om te zien of koster Freeriks niet aanwezig was, want die zag alles. Nee de kerk leek leeg en kon ik de kaars gerust aansteken en het geld in m'n zak houden. Toen ik dat gedaan had, voelde ik mijn hart wat sneller kloppen, was dat nu eerlijk of niet? Ik had toch niets gestolen en de kaars was al door een ander betaald. Daarbij wist ik dat de koster altijd de kaarsen die niet goed gebrand hadden weer afveegde, oppoetste, en weer terugzette.
Dagen later, het zat me niet lekker, heb ik het mijn moeder verteld en gezegd dat ik voor dat geld een ijsje had gekocht en dat ik het bij de pastoor niet durfde te biechten. Ze vroeg of het ijsje lekker was. "Zo ja, dan is het geld toch goed terecht gekomen, maar een volgende keer beter luisteren".

Dus met een extra kwertje in mien kontzak liep ik over het Roermondsplein naar de Oeverstraat. Even bleef ik kijken naar het opbouwen van het Lunapark, dat over drie dagen zou openen. Ik moest doorlopen, want er werd flink gesjouwd en puttekiekers konden ze niet gebruiken.
Bij de touwslager rook het altijd vreemd, of het pek of hars was weet ik niet. Misschien roken de pieren wel zo.
Het viel wel mee met het touw, ik had weer geluk want de man achter de toonbank, met zijn grote zwarte jatten, vroeg of ik twee bullekes voor de prijs van een wilde hebben. Ja, wat dacht ie anders. Even later kwam hij terug en gaf me een hand vol touw dat flink in de war zat. "Dan heb je wat te doen", zei hij met een glimlach. Ik was allang gelukkig, maar het heeft me toch dagen gekost om alles uut elkaor te peuteren. Tjonge wat lagen daar veel verschillende soorten touw. De dikste was net zo dik al mijn pols. "Voor je vlieger als het hard waait".
KatapultDe man had zeker een goeie bui, nu hij de kluwen aan mij had verkocht. "Wa kos da elestiek" vroeg ik hem, wijzend op de vierkantige elastiekringen die mijn moeder ook gebruikte voor de inmaak. "Waarvoor heb je dat nodig? Toch niet om je boks op te houden hè", grapte hij. Ik voelde mijn hoofd rood worden, want ik durfde niet te zeggen dat ik dat nodig had voor een katapult en stel dat hij dat aan de kraai op Lombok zou vertellen.
Gelukkig kwam hij mij te hulp. "Ik weet 't wel, dat wil je gebruiken om propjes weg te schieten" Ik knikte heftig en kreeg twee ringen van hem voor niets en hij hield hierbij zijn vinger voor de mond.
De hele weg brandde het elastiek in m'n broekzak en wel twintig keer bekeek ik de ringen, genoeg voor mijn kattepult en voor die van Theo.

In de Rijnstraat was niet zoveel te beleven, alleen de winkel van Lahey met de dieren was wel leuk om te zien, maar toch ook wel zielig al die beestje in een kooitje of hokje. Ik zou geen beest willen zijn.
Een paar winkels verder was de apotheek, een etalage met alleen maar doosjes en wat spul dat ik ook wel eens bij de dokter had gezien. Stoepje op en flink drukken tegen de deur. "Tring-tring" en ik stond binnen en moest in de rij staan.
Nu had ik de gelegenheid om eens rond te kijken naar al die putjes en fleskes met al dat snoep er in. Je kon goed ruiken wat er in zat, zwart-op-wit dat rook het sterkst of was het de menthol, neen de dubbel-zoute-drop.
Mijn lippen werden droog en ik voelde het kwartje in mijn kontzak branden. "En jonge meneer, kan ik je helpen" Oef, dat was ik. "Ja, ik moest van mijn moeder twintig overhemden zonder knopen meenemen, U wist er van". Ik had niet alleen een droge mond, maar ik kreeg ook nog een rooie biet toen de mensen in de winkel begonnen te lachen. Had ik het niet gezegd in het begin, dat ik het moeilijk kon onthouden en dan daarbij nog alles wat vanmiddag was gebeurd: het kerkhof, de kaars, het touw met het elastiek. Je hoofd tolde er van.
Toen de apotheker naar mijn naam vroeg wist hij alles en pakte achter zijn rug een bruin flesje en deed daar een dun wit papiertje omheen met een elastiekje. "Niet laten vallen en lust je iets lekkers... een dropveter of zoethout?" Ik koos voor het laatste, daar had je lang wat aan en je spuug werd lekker bruin.

Boekjes van Dick BosBij het afstappen van de hoge stoep was ik bijna gevallen, gelukkig had ik het flesje in het zakje bij de bessen gestopt. Op naar de HEMA, nu wist ik wel weer wat ik daar moest halen, de twintig kneupkes.
De HEMA, had de ingang aan de Rijnstraat en de uitgang in de Weverstraat, zo kon je er lekker doorheen lopen. En natuurlijk jeukten mijn handen toen ik langs het rek met pretartikelen liep. Ja, daar lagen ze hoor, de knalerwten en de stinkbommetjes. Als kwajongen kocht je voor een paar centen van elk een paar en je kon het niet nalaten om ze ter plaatse af te laten gaan en dan wegwezen door de zij-uitgang voordat de bewaker je in de kraag greep. Nu had ik er niet zo veel zin in, want ik was alleen.

De knopen waren snel gevonden, maar wat waren die duur zeg, daar kon je zeker één zakje schroefjes voor kopen. De ijsjes waren bij de HEMA wel lekker, maar je kon beter doorlopen naar Jamin, daar kon je een lekker dik "steek-ijsje" met wafels krijgen voor een duppie en voor een kwertje zelfs een "dubbel dikke".
Bij Lijberse was het niet druk en dit keer trof ik een vriendelijk bediende. Ik mocht zelf in de laden de schroefjes en moertjes uitzoeken en tellen; ze werden niet eens nageteld.
Zo, voorlopig kon ik weer verder bouwen aan mijn hijskraan die bijna een meter hoog zou worden en waarin vier electromotoren voor alle beweging zouden zorgen.
Ik had nog wat geld over voor wat houtlijm en schuurpapier, maatje 00, voor de galjoen die ook nog afgemaakt moest worden. Ik zou de vacantie wel doorkomen.

Tot slot kocht ik bij Jamin in de Ketelstraat een ijsje, oef wat had ik een dorst gekregen en de bessen hadden een vieze smaak in mijn keel gegeven. Mijn dag was weer goed en al spelend op mijn mondharmonica begon ik aan de terugweg. Nog even bij de kribben van de Rijn wat vlierhout snijden en mooie rechte rietstengels meenemen en ik kon weer nieuwe pijlen maken voor Theo en mij.

Moe en tevreden kwam ik net op tijd thuis voor het eten en ik had me een honger: "un peerd zou zin steert er bij opvreijten".

 

 
 

Lombokse Plaatjes

Bestrijd spam klik hier

Deze website heeft cookies nodig om goed te kunnen functioneren en om je bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Om je te kunnen aanmelden zijn een tweetal cookies nu al geplaatst; deze bevatten geen persoonlijke informatie. Als je doorgaat met je bezoek aan deze site, kunnen er andere cookies geplaatst worden. Om cookies te verwijderen en uit te schakelen, zie de handleiding van je browser. Voor meer informatie over de cookies die we gebruiken en over hoe wij met persoonsgegevens omgaan, lees onze Privacyverklaring.

Verwijder deze mededeling door cookies van deze site te accepteren.