Spelen op Lombok - 5 (deel 2) Afdrukken E-mailadres

Knutselen en geld verdienen. Eind jaren '40, begin jaren '50
Deel 1 / Deel 2

MeccanomotorNa al dat geknutsel met hout vonden we het tijd om over te gaan tot meer technische zaken.
En alleen spelen met Meccano was niet zo boeiend, alhoewel de kleine elektromoteren met grote hoefijzervormige magneten boeiden ons wel.
Het eerste speelgoed van andere aard was de door ons gemaakte "Buismankip". In een leeg Buismanblikje (hierin had koffie-extract gezeten) werd in de bodem een gaatje gemaakt en daar doorheen een touwje geknoopt. Dit touwtje werd ingesmeerd met kaarsvet en door dit touwtje met korte rukjes door gesloten duim en wijsvinger te trekken ontstond een tokkend geluid als dat van een kip (vandaar onze benaming "Buismankip"). Leuk is het om gelijktijdig een groot aantal van deze instrumenten aan kinderen uit te delen, een haan zou er een dagtaak aan hebben.

BuismanblikjeEen variant hiervan is om aan het andere einde eenzelfde blikje te knopen en de draad tussen beide busjes strak te trekken. Zo is een geweldige telefoon ontstaan, zonder batterijen, geen gesprekskosten, geen dure leidingen etc. en goed werkbaar over grote afstanden. Oproepen deed je dan met het tok-tok effect. Een dergelijke "Buismantelefoon" hebben we aangebracht tussen beide huizen.
Vanaf het achterraam van het huis in de Alexanderstraat was via twee afvoerpijpen boven de opslagloods van groentenboer Bouman en twee bomen op de Oranjestraat een draad gespannen naar de erker van het huis op de Oranjestraat. BuismantelefoonEen storingsvrij ontvangst was gegarandeerd en elke dag na etenstijd hadden we lekker contact en klonk het "over" en "uit". Totdat een van de ouders een keer luisterde en aan de andere kant vreemde dingen werden gezegd, over en uit was de gein met deze lijn. We gingen de ether uit, maar we bleven het een geweldige uitvinding vinden.

Tussen al deze bedrijvigheid door werden ook nog een luns(kar) gebouwd en steeds weer verbeterd. Na mijn eerste kar van een stelletje oude planken en oude wieltjes maakte mijn vader uit één plank het onderstel met een viertal grote kogellagers die later werden vervangen door oude rolschaatsen en daarna door wieltjes afkomstig van het spoor. Deze laatsten werden gebruik ter geleiding van de stalen draden voor de seinpalen. Dit soort wieltjes maakten maakten natuurlijk een hels kabaal als je de Oranjestraat kwam afzeilen. Het was de enige stoep zonder onderbreking en het was goed uitkijken met al die winkelende dames.
De lunsen waren in het algemeen heel goed bestuurbaar en hadden uitstekende remmen, namelijk je goede schoenen. Mocht je door iemand aangesproken worden voor gevaarlijk gedrag, dan ontkende je dat in alle toonaarden en bood als excuus aan om gratis op de kar de boodschappen thuis te brengen. Ja, zo goed waren we dan!!!
In de loop van de tijd veranderde het uiterlijk van deze karren tot een compleet ingerichte kar met waterdichte ombouw en allerlei toeters en bellen. Grandioos, een groot feest om steeds weer de bult te moeten oplopen. En bij al deze ritten heb ik eenmaal iemand een verstuikte enkel bezorgd. Kom daar tegenwoordig maar eens bij de jeugd om.

Keren we terug naar onze hobby...
Op een van de ritten naar de lompenjood namen we gelijk het lood mee dat we van de daken, onder andere van het dak van kapper Diepenveen, hadden verwijderd. Het bracht flink wat op, meer dan kranten of ander oudpapier. Maar het was dan ook een hele onderneming geweest zo hoog over de daken.
Mijn soldeerboutNa de poppenkastpoppen hebben we het figuurzagen vaarwel gezegd om ons te kunnen storten op meer en belangrijker technisch werk. Metaal bewerkingen bood meer en betere mogelijkheden.In onze gereedschapstrommel hadden we een grote soldeerbout met koperen kop, een rol tin en een flesje soldeerwater S-39. Dit hadden we gekregen van plaatselijke loodgieter Gouw, in ruil voor wat oude lappen van een Manchesterbroek.
Ter vervanging van de houten bootjes maakte we als eerste een soort landingsvaartuig zoals voor de landingen op Normandië was gebruik. Eerst werd een model van karton geknipt en daarna uit blik. Dat blik hadden we verzameld bij de drie sigarenboeren op Lombok en bij de bakker kregen we een oud koekblik. Moeders beste keukenschaar werd er voor opgeofferd tot we eindelijk een mooie blikschaar vonden in de afvalbak van smid Gorter op de Wilhelminastraat.
Blikken schuitje met stoomaandrijvingNa enig buig- en soldeerwerk was het prototype klaar, maar helaas nog niet waterdicht; kaarsvet bracht uitkomst. Het tweede bootje werd voorzien van een dek, vin en roer en was nu wel waterdicht. In Sonsbeek hebben we dit exemplaar te doop gehouden, maar nog was hij niet af: hij moest zelf kunnen varen. Zo werd in het derde bootje een klein koperen trommeltje met twee uitlaatbuisjes geplaatst en daaronder een bakje voor verbranden van spiritus of een stukje kaars. Door deze verhitting begon het water in het trommeltje te koken en zorgde de uitgestote stoom voor de voortbeweging. Schitterend zoals dit bootje zich voortbewoog en zelfs puffende geluiden voortbracht.
En trots dat we waren!
Eerdere proeven met het opwinden van een schoepenrad met een elastiekje of met een werkerveer viel hierbij geheel in het niet. Nee, bouwtekeningen of bouwpaketten hadden wij niet meer nodig en er was drang naar meer.
En dan heb ik het nog niet gehad over het bouwen van zweefvliegtuigen met heel dunne latjes of reepjes bamboe of balsarhout en die dan zorgvuldig bekleed werden met heel licht vloeipapier. Dit was wel te krijgen bij drukkerij Van der Wielen in Oeverstraat. Overal hadden we onze adresjes en door een beetje zielig te kijken of op te treden als boodschappenjongen kon je veel bereiken.

Een bijzonder ding wil ik nog wel noemen, het maken van kippenringen waar de meisjes heel gek op waren en je deed wat voor die lievelingen. Bij de oude wolfabriek aan de Klingelbeekseweg kon je, het best op de zondagochtend als iedereen naar de kerk was of lekker thuis aan de koffie zat, dunne staafjes kunststof met verschillende kleuren vinden. Door deze staafjes even met een wolle doek op te wrijven werden ze wat soepeler en kon ze goed om een buis, steel van een pollepel of andere staaf winden en met een touwtje beide uiteinde vastzetten. Daarna doopte je het geheel in een bak of pan met kokend water. Na een paar minuten had het windsel een blijvende vorm gekregen en kon je de spiraal in kleine ringetjes van circa 3 windingen knippen. Met de ringen kon je leuke slingers maken, of kettingen voor om de hals. Menig meisje op Lombok droeg toen deze kettingen.
Op een zondagochtend had ik samen met mijn broer wat materiaal gehaald en waren we bezig met het maken van de ringen. Toen hij een staaf in het kokend hete water wilde dompelen, stootte hij het petroleumstelletje met pannetje om. Hierdoor liep hij een grote 2e graads brandwond op zijn buik op. Afgelopen was de pret en met het maken van kippenringen.

De meeste tijd waren we in de kelder aan het knutselen en prutsen; een enkele keer bij mij op de slaapkamer. Zo ook op een zaterdag, het regende en we wilden vandaag iets bijzonders maken: een echte platenspeler voor het afspelen van enkele 78-toeren platen.
Avonden had ik al zitten dokteren hoe dat moest en er ook al de lectuur nageplozen. Beetje bij beetje werd het duidelijk hoe je een platenspeler kon maken van een fietsdynamo, een scheltransformator, een draaiplateau, een snaar of andere overbrenging voor het bewegende deel en weergavegedeelte. Het draaiplateau werd een ronde triplexschijf  met een diameter ongeveer gelijk aan die van een 78-toeren schellakplaat. Deze schijf was draaibaar op een vertikaal asje. Onder deze schijf was horizontaal een fietsdynamo bevestigd en wel zodanig dat een speciaal wieltje op de as van de dynamo tegen de onderzijde van de schijf aandrukte. Dit speciale wielje was niets anders dan een wieltje met band uit de Meccanodoos (van Evert). Door het verschuiven van dit wieltje naar de as van de schijf of er verder van af kon het toerental geregeld worden.

Ontwerp platenspelerHet toerental, in dit geval 78 toeren per minuut, controleerden we door te tellen hoevaak het merkteken op de schijf (waarop reeds een plaat lag) voorbij kwam en dan eventueel de dynamo verschuiven en weer tellen. Als het geluid te zwaar of te hoog klonk of als de muziek begon te janken/jengelen moest de snelheid hoognodig bijgeregeld worden. Dan werd op de schijf een al eerder genoemd Buismanblikje geplaatst. Dit blikje zat onder een kleine hoek aan een draaibare arm bevestigd om het meelopen met de groef te krijgen. Aan de bodem was een koppelstuk van een as (ook uit genoemde doos) vastgemaakt en met een schroefje kon de stalen naald hierin geklemd worden. Dit alles was goed uitgekiend geplaast in een klein kist, inclusief de scheltransformator voor de aandrijving van de dynamo. Door even de schijf een zetje te geven begon de dynamo te draaien. Hij startte nl niet van zelf. Simpel hè !!!!!

Onder het genot van de heerlijke klanken van een plaat van Noiret …"en voorop loopt de kolonel, ki ka kolonel en daarachter het hele stel…" en daarna van  "O, Tannenbaum…..maakten we een kleine rondedans door de kamer. En met deze muziek nog in de oren besluit ik dit verhaal over Spelen op Lombok.

 

 
 

Lombokse Plaatjes

Bestrijd spam klik hier

Deze website heeft cookies nodig om goed te kunnen functioneren en om je bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Om je te kunnen aanmelden zijn een tweetal cookies nu al geplaatst; deze bevatten geen persoonlijke informatie. Als je doorgaat met je bezoek aan deze site, kunnen er andere cookies geplaatst worden. Om cookies te verwijderen en uit te schakelen, zie de handleiding van je browser. Voor meer informatie over de cookies die we gebruiken en over hoe wij met persoonsgegevens omgaan, lees onze Privacyverklaring.

Verwijder deze mededeling door cookies van deze site te accepteren.